Zo ziet ons 'normaal' eruit

Zo ziet ons 'normaal' eruit

Artikel

Artikel

April, 2026 | Thom en Chris

Een stukje schrijven over hoe het is om tweeling te zijn. Dat zou best wel moeten lukken, toch? Want we doen het ondertussen al 22 jaar. Maar het is eigenlijk best lastig om na te denken over wat nu ons normaal is. Want bij veel wat altijd normaal is geweest, sta je helemaal niet stil. Totdat anderen om je heen je erop wijzen dat hoe jij je wereld beleeft, helemaal niet zo normaal is. Maar wat is dan toch dat ‘normaal’?

Samen één team

Als kind (en nog steeds wel) krijg je alle standaardvragen naar je hoofd geslingerd. Zo moeten we altijd even voor een tante naast elkaar gaan staan om te kijken wat nu ook alweer het verschil was, wordt ons gevraagd of we een tattoo op ons voorhoofd willen zetten zodat men weet wie wie is, en de echte klassieker: ‘Als ik de één sla, voelt de ander dat dan ook?’


Toch is het best wel leuk om altijd iemand in je team te hebben. Altijd iemand die op dezelfde golflengte opereert. En doordat je karakter en jeugd met elkaar deelt, ontstaat er dynamiek die ‘normale’ broers niet hebben; speelgoed wordt moeiteloos gedeeld, je broer is verdrietig wanneer jij dat bent, neemt het voor je op op het schoolplein en valt voor je in halverwege een judowedstrijd als het niet meer gaat (hier is overigens een derde prijs mee gewonnen). En hoewel er wel moeite is gedaan om ons individu ruimte te geven (verschillende sporten, schoolgroepen en vriendjes), groeiden we toch met elkaar op. Altijd in één adem genoemd: zeg je Thom, zeg je Chris.


Een voorbeeld van dat ‘normale’ gedrag was dat de één altijd het woord deed. Vooral als klein kind was er altijd één die antwoord gaf op vragen die ons werden gesteld. Dit resulteerde dan ook in een aantal logopediesessies die de ander moest volgen om zijn taalachterstand in te halen.

Ultiem vergelijkingsmateriaal

Daarnaast is je broer naast je wederhelft ook je perfecte maatstaf. Als je jezelf niet vergelijkt met je broer, dan doen anderen dat wel voor je. Hoewel die gezonde rivaliteit elkaar uitdaagt, kan die bewondering voor elkaar soms ook omslaan in jaloezie op elkaars eigenschappen. Je prestaties vergelijken is onvermijdelijk. Dit gebeurt dan zowel in de kleine dingen (wie kan er als eerste een achterwaartse salto?) als ook in de grote dingen van het leven.

Eigen wegen

De studiekeuze was voor ons het moment dat onze wegen scheidden. Nu wonen we in verschillende steden, hebben we eigen vrienden en een ander toekomstbeeld. Hierin zijn wij beiden content en voelt dit als een natuurlijke ontwikkeling van het individu.


Dit zorgde overigens wel voor nieuwe, leuke situaties. Dat je bijvoorbeeld gegroet wordt op het station door een goede klasgenoot, terwijl je diegene nog nooit had ontmoet en hij ook niet wist dat er een kopie van jou rondliep in Nederland. Om in deze situaties niet over te komen als een hork, hebben we maar afgesproken altijd te groeten naar iedereen die jou groet.


Maar naast dat wij nu nog onze eigen leefwereld hebben, spreken we elkaar met regelmaat online en in het weekend thuis, waar de gesprekken in halve zinnen worden gevoerd.


Tweeling zijn is ons ‘normaal’ geweest. Dat wordt nooit anders. Hoewel wij allebei een leuke vriendenkring om ons heen hebben, blijft je tweelingbroer toch altijd je beste vriend. Iemand die niet alleen de dingen begrijpt die je doet, maar met een enkele blik ook weet hoe jij je hierbij voelt en hoe je tot de keuze bent gekomen. De ander is altijd een bron van begrip en liefde.

Een stukje schrijven over hoe het is om tweeling te zijn. Dat zou best wel moeten lukken, toch? Want we doen het ondertussen al 22 jaar. Maar het is eigenlijk best lastig om na te denken over wat nu ons normaal is. Want bij veel wat altijd normaal is geweest, sta je helemaal niet stil. Totdat anderen om je heen je erop wijzen dat hoe jij je wereld beleeft, helemaal niet zo normaal is. Maar wat is dan toch dat ‘normaal’?

Samen één team

Als kind (en nog steeds wel) krijg je alle standaardvragen naar je hoofd geslingerd. Zo moeten we altijd even voor een tante naast elkaar gaan staan om te kijken wat nu ook alweer het verschil was, wordt ons gevraagd of we een tattoo op ons voorhoofd willen zetten zodat men weet wie wie is, en de echte klassieker: ‘Als ik de één sla, voelt de ander dat dan ook?’


Toch is het best wel leuk om altijd iemand in je team te hebben. Altijd iemand die op dezelfde golflengte opereert. En doordat je karakter en jeugd met elkaar deelt, ontstaat er dynamiek die ‘normale’ broers niet hebben; speelgoed wordt moeiteloos gedeeld, je broer is verdrietig wanneer jij dat bent, neemt het voor je op op het schoolplein en valt voor je in halverwege een judowedstrijd als het niet meer gaat (hier is overigens een derde prijs mee gewonnen). En hoewel er wel moeite is gedaan om ons individu ruimte te geven (verschillende sporten, schoolgroepen en vriendjes), groeiden we toch met elkaar op. Altijd in één adem genoemd: zeg je Thom, zeg je Chris.


Een voorbeeld van dat ‘normale’ gedrag was dat de één altijd het woord deed. Vooral als klein kind was er altijd één die antwoord gaf op vragen die ons werden gesteld. Dit resulteerde dan ook in een aantal logopediesessies die de ander moest volgen om zijn taalachterstand in te halen.

Ultiem vergelijkingsmateriaal

Daarnaast is je broer naast je wederhelft ook je perfecte maatstaf. Als je jezelf niet vergelijkt met je broer, dan doen anderen dat wel voor je. Hoewel die gezonde rivaliteit elkaar uitdaagt, kan die bewondering voor elkaar soms ook omslaan in jaloezie op elkaars eigenschappen. Je prestaties vergelijken is onvermijdelijk. Dit gebeurt dan zowel in de kleine dingen (wie kan er als eerste een achterwaartse salto?) als ook in de grote dingen van het leven.

Eigen wegen

De studiekeuze was voor ons het moment dat onze wegen scheidden. Nu wonen we in verschillende steden, hebben we eigen vrienden en een ander toekomstbeeld. Hierin zijn wij beiden content en voelt dit als een natuurlijke ontwikkeling van het individu.


Dit zorgde overigens wel voor nieuwe, leuke situaties. Dat je bijvoorbeeld gegroet wordt op het station door een goede klasgenoot, terwijl je diegene nog nooit had ontmoet en hij ook niet wist dat er een kopie van jou rondliep in Nederland. Om in deze situaties niet over te komen als een hork, hebben we maar afgesproken altijd te groeten naar iedereen die jou groet.


Maar naast dat wij nu nog onze eigen leefwereld hebben, spreken we elkaar met regelmaat online en in het weekend thuis, waar de gesprekken in halve zinnen worden gevoerd.


Tweeling zijn is ons ‘normaal’ geweest. Dat wordt nooit anders. Hoewel wij allebei een leuke vriendenkring om ons heen hebben, blijft je tweelingbroer toch altijd je beste vriend. Iemand die niet alleen de dingen begrijpt die je doet, maar met een enkele blik ook weet hoe jij je hierbij voelt en hoe je tot de keuze bent gekomen. De ander is altijd een bron van begrip en liefde.

Dyoo is een praktijk voor kinderen en jongeren

(0 - 18 jaar) die opgroeien als twee- of drieling. We bieden behandeling en begeleiding bij vragen rondom identiteit, hechting en autonomie binnen de meerlingrelatie.

Social Icon
Social Icon

Nienke & Hester Vahl

© Copyright 2026 - Dyoo

Dyoo is een praktijk voor kinderen en jongeren

(0 - 18 jaar) die opgroeien als twee- of drieling. We bieden behandeling en begeleiding bij vragen rondom identiteit, hechting en autonomie binnen de meerlingrelatie.

Social Icon
Social Icon

Nienke & Hester Vahl

© Copyright 2026 - Dyoo

Dyoo is een praktijk voor kinderen en

jongeren (0 - 18 jaar) die opgroeien als

twee- of drieling. We bieden behandeling en begeleiding bij vragen rondom identiteit, hechting en autonomie binnen de meerlingrelatie.

Social Icon
Social Icon

Nienke & Hester Vahl

© Copyright 2026 - Dyoo