Ruzie, knuffels en weer door
Ruzie, knuffels en weer door

Blog

Blog
Mei, 2026 | Moeder van een eeneiige tweeling
Mei, 2026 | Moeder van een eeneiige
tweeling
Hester vroeg mij of ik een stukje zou willen schrijven over het tweeling-zijn. Wat zal ik schrijven? De keuze is reuze! Ik kan er ondertussen wel een boek over schrijven, haha..
Een pittig jaar
Onze tweeling (zo noem ik hen bewust nooit, alleen even hier) bestaat op dit moment uit twee (eeneiige) meiden van 7 jaar. Een pittig jaar wel. Onlangs las ik dat in dit jaar de identiteit zich flink gaat ontwikkelen en… dat is te merken. Dit is af en toe heel moeilijk voor hen allebei. Niet met en niet zonder elkaar willen. Constant confrontaties en vergelijken onderling. Zich afzetten tegen elkaar en elkaar vervolgens weer plat knuffelen.
Het is heel bijzonder om deze ontwikkeling te zien en ik denk dat het af en toe best vermoeiend is voor hen allebei. Waar ze eerder nog graag hetzelfde gekleed gingen om het gevoel van eenheid te hebben, kiezen ze nu steeds vaker allebei iets anders. De communicatie tussen hen is op dit moment dan ook te beschrijven als erg intens.
Ruzies
Een mooi voorbeeld daarvan is wanneer er een ruzietje is. Ze zijn beiden verbaal best sterk, waardoor het er af en toe heftig aan toe gaat. Wanneer ik ingrijp (wat ik eerder wel eens deed), wordt het alleen maar erger. Na een paar keer afgewacht te hebben van mijn kant en flink op m’n tong te hebben gebeten, zie ik dat de situatie opeens kantelt.
Er komt ineens een oplossing, de één geeft toe, of de ander, ze lachen weer, geven elkaar een knuffel en spelen weer vrolijk verder. Geen boze gevoelens, geen ‘achteraf gemopper’. Gewoon vergeven en vergeten en weer door. Ik heb echt geleerd dat ik vaak een ‘inbreker’ ben met de verkeerde oplossing; hoe goed bedoeld ook, soms wordt het er alleen maar erger van en lost het juist niets op.
Een unieke band
‘Ze hebben aan een half woord genoeg’. Dat spreekwoord is echt op een tweeling van toepassing. De band tussen hen is zo bijzonder dat ik vaak wel eens denk dat het één groot kind is. Ze vullen elkaar zo aan dat het ook één innerlijk lijkt. Wat de één wat minder heeft, vult de ander aan.
Toen ze klein waren, spraken ze hun eigen taaltje: niet te verstaan, maar met korte, gekke woordjes, wijzen, knikken en aan één blik genoeg hebben.
De keuze voor twee klassen
Doordat ze zo één waren, werden andere kinderen niet ‘toegelaten’ in hun spel. En doordat de één toch wat zekerder was en wat meer het voortouw nam, en de ander juist veel bevestiging aan haar zusje vroeg, vonden we het beter voor de ontwikkeling van hun eigen identiteit om hen op de basisschool allebei in een andere klas te plaatsen.
Dat was erg spannend. Wie ben ik zonder de ander? Daar hadden ze in het begin best moeite mee.
Wij als ouders zagen dat het een goede beslissing was. We vonden het belastend voor de één om steeds bevestiging te moeten geven en naar voor de ander om altijd maar die bevestiging nodig te hebben.
Ook hielden ze elkaar een beetje tegen in de sociaal-emotionele ontwikkeling, omdat ze toch wel genoeg hadden aan elkaar en verder geen andere kinderen toelieten.
Groei en eigen identiteit
We hebben in de jaren daarna een mooie ontwikkeling gezien. Het was in het begin wel eens moeilijk, maar nu ontwikkelen ze zich op school zonder de ander. Ze hebben eigen vriendinnetjes, ze hebben allebei iets anders die dag meegemaakt op school, dus ook allebei een ander verhaal te vertellen als ze ’s middags thuiskomen.
Het is mooi om te zien dat ze kunnen communiceren naar anderen vanuit henzelf en dat ze de ander daarvoor niet nodig hebben. Dat ze zich niet hoeven te verschuilen achter de ander of hoeven te wachten tot de ander iets zegt.
Af en toe gebeurt het natuurlijk wel. En dat is ook wel mooi om te zien. Maar ze durven en kunnen het ook al aardig zelf.
Hester vroeg mij of ik een stukje zou willen schrijven over het tweeling-zijn. Wat zal ik schrijven? De keuze is reuze! Ik kan er ondertussen wel een boek over schrijven, haha..
Een pittig jaar
Onze tweeling (zo noem ik hen bewust nooit, alleen even hier) bestaat op dit moment uit twee (eeneiige) meiden van 7 jaar. Een pittig jaar wel. Onlangs las ik dat in dit jaar de identiteit zich flink gaat ontwikkelen en… dat is te merken. Dit is af en toe heel moeilijk voor hen allebei. Niet met en niet zonder elkaar willen. Constant confrontaties en vergelijken onderling. Zich afzetten tegen elkaar en elkaar vervolgens weer plat knuffelen.
Het is heel bijzonder om deze ontwikkeling te zien en ik denk dat het af en toe best vermoeiend is voor hen allebei. Waar ze eerder nog graag hetzelfde gekleed gingen om het gevoel van eenheid te hebben, kiezen ze nu steeds vaker allebei iets anders. De communicatie tussen hen is op dit moment dan ook te beschrijven als erg intens.
Ruzies
Een mooi voorbeeld daarvan is wanneer er een ruzietje is. Ze zijn beiden verbaal best sterk, waardoor het er af en toe heftig aan toe gaat. Wanneer ik ingrijp (wat ik eerder wel eens deed), wordt het alleen maar erger. Na een paar keer afgewacht te hebben van mijn kant en flink op m’n tong te hebben gebeten, zie ik dat de situatie opeens kantelt.
Er komt ineens een oplossing, de één geeft toe, of de ander, ze lachen weer, geven elkaar een knuffel en spelen weer vrolijk verder. Geen boze gevoelens, geen ‘achteraf gemopper’. Gewoon vergeven en vergeten en weer door. Ik heb echt geleerd dat ik vaak een ‘inbreker’ ben met de verkeerde oplossing; hoe goed bedoeld ook, soms wordt het er alleen maar erger van en lost het juist niets op.
Een unieke band
‘Ze hebben aan een half woord genoeg’. Dat spreekwoord is echt op een tweeling van toepassing. De band tussen hen is zo bijzonder dat ik vaak wel eens denk dat het één groot kind is. Ze vullen elkaar zo aan dat het ook één innerlijk lijkt. Wat de één wat minder heeft, vult de ander aan.
Toen ze klein waren, spraken ze hun eigen taaltje: niet te verstaan, maar met korte, gekke woordjes, wijzen, knikken en aan één blik genoeg hebben.
De keuze voor twee klassen
Doordat ze zo één waren, werden andere kinderen niet ‘toegelaten’ in hun spel. En doordat de één toch wat zekerder was en wat meer het voortouw nam, en de ander juist veel bevestiging aan haar zusje vroeg, vonden we het beter voor de ontwikkeling van hun eigen identiteit om hen op de basisschool allebei in een andere klas te plaatsen.
Dat was erg spannend. Wie ben ik zonder de ander? Daar hadden ze in het begin best moeite mee.
Wij als ouders zagen dat het een goede beslissing was. We vonden het belastend voor de één om steeds bevestiging te moeten geven en naar voor de ander om altijd maar die bevestiging nodig te hebben.
Ook hielden ze elkaar een beetje tegen in de sociaal-emotionele ontwikkeling, omdat ze toch wel genoeg hadden aan elkaar en verder geen andere kinderen toelieten.
Groei en eigen identiteit
We hebben in de jaren daarna een mooie ontwikkeling gezien. Het was in het begin wel eens moeilijk, maar nu ontwikkelen ze zich op school zonder de ander. Ze hebben eigen vriendinnetjes, ze hebben allebei iets anders die dag meegemaakt op school, dus ook allebei een ander verhaal te vertellen als ze ’s middags thuiskomen.
Het is mooi om te zien dat ze kunnen communiceren naar anderen vanuit henzelf en dat ze de ander daarvoor niet nodig hebben. Dat ze zich niet hoeven te verschuilen achter de ander of hoeven te wachten tot de ander iets zegt.
Af en toe gebeurt het natuurlijk wel. En dat is ook wel mooi om te zien. Maar ze durven en kunnen het ook al aardig zelf.